|
DE SCHUIMHAPPERS
|
Over het ontstaan van carnaval
Van oudsher was het een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de 40 dagen vasten, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke. Op vette dinsdag (voor de vasten) werd al het vet wat er in huis was opgemaakt omdat het anders zou bederven. De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning op de christelijke kernwaarden. Waarschijnlijk bestond het feest al langer dan de christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen. Dit was overigens ook met andere voorchristelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk een 'heidens' midwinterfeest was. In die betekenis wordt de term afgeleid van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees). Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten. De Romeinen vierden het feest van de saturnalia dat veel kenmerken van het hedendaagse carnaval had zoals drink en eetgelagen, een soort prins carnaval, vermommingen en optochten door de straten. Het 'heidense' carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Antropologisch gezien is het carnaval een omkeringritueel, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen omtrent gewenst gedrag worden opgeschort.

Carnaval uit het zuiden
Ten zuiden van de grote rivieren Het katholieke Carnavalsfeest wordt in Nederland vooral ten zuiden van de grote rivieren (Maas, Waal en Rijn) gevierd. In Noord-Brabant, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen viert men het Rijnlandse Carnaval, hoewel in 's-Hertogenbosch, Steenbergen, Breda, Tilburg, Soerendonk, Prinsenbeek en Bergen op Zoom het Bourgondisch Carnaval wordt gevierd. De oudste dorpscarnavalsvereniging van Zuid Limburg is gevestigd te Beek en noemt zichzelf "De Baeker Pottentoate". Deze vereniging bestaat sinds 1886. Ook buiten Limburg en Brabant bestaat de traditie van Carnavalsmuziek in dialect, bijvoorbeeld in Nijmegen (Knotsenburg), Groesbeek (Keulen van Gelderland), Huissen en Angeren (Keujesgat). [bewerk] Maastricht Één van de grootste Carnavalsvieringen in Nederlands Limburg vindt plaats in Maastricht. Daar werd in 1839 de sociëteit Momus opgericht. Deze sociëteit heeft het spontane volksfeest een iets meer georganiseerd karakter gegeven door naar Rijnlands voorbeeld zittingen en optochten te houden. Momus ging in 1939 ter ziele, maar na de de Tweede Wereldoorlog werd deze rol overgenomen door de Carnavalsvereniging 'De Tempeleers'. In de Maastrichtse Carnaval wordt veel aandacht besteed aan de kostuums ('pekskes') en aan het schminken van het gezicht. Een groot deel van het feest speelt zich daar ook in de buitenlucht af; het zogenaamde Straatcarnaval ('straotkarneval'). [bewerk] Ten noorden van de grote rivieren Ook in sommige plaatsen boven de grote rivieren wordt Carnaval gevierd. Vooral in de katholieke delen van Twente en Salland, zoals in Oldenzaal en Zwolle, en in de katholieke enclaves in de overwegend hervormde Achterhoek, zoals 's-Heerenberg en Groenlo wordt carnaval groot gevierd. Andere bekende carnavalsplaatsen boven de rivieren zijn bijvoorbeeld IJsselstein, Montfoort, Gorinchem.(bliekenstad) Hoogland, Ter Apel en Kloosterburen. Een specifiek Oldenzaalse gebeurtenis naast de Grote Twentse Carnavalsoptocht is het zogenaamde Bokverbranden op dinsdag, waarmee de carnavalsfestiviteiten worden afgesloten. Maar ook in de Randstad wordt tegenwoordig enthousiast Carnaval gevierd en dan vooral in de Bollenstreek. Dat werd in de jaren '60 en' 70 geďntroduceerd door voornamelijk Limburgse en Brabantse paters die werkten in Noordwijkerhout bij de "Sancta" (een tehuis voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten) en in Voorhout bij de BNS (een katholieke middelbare school waar zij lesgaven). Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in Noordwijkerhout en Voorhout sinds die tijd zeer uitbundig Carnaval wordt gevierd. Voorhout verandert dan in "Bokkendorp" en Noordwijkerhout in "Kokkerhout". Ook in de omliggende dorpen zoals in Noordwijk, Warmond, Lisse, de Zilk en Sassenheim wordt Carnaval gevierd.
Informatie over carnaval in Kloosterburen
In Kloosterburen wordt het carnaval vanaf 1970 gevierd. Omdat Kloosterburen ook
erg katholiek was vond de toenmalige café eigenaar dat er ook hier een carnaval
moest komen. Zo gezegd, zo gedaan en Jan Bos werd aangesteld als eerste prins
carnaval. In café Willibrord werd voor het eerst carnaval gevierd. Aan de
optocht deden respectievelijk ruim 15 wagens mee. Wijk Kruisweg - Hornhuizen
ging met de eerste prijs aan de haal, een wagen over Bloody Mary hadden zij
gemaakt. Omdat de dorpsbewoners al snel met het hele gebeuren meeleefden bleek
de kroeg al snel te klein. Er werd toen een tent opgezet waarin de
carnavalsvereniging toen 2 jaar gebruik van heeft gemaakt. Toen werd het
Kronkelhoes gebouwd, een houten gebouw bestaande uit 2 zalen waarin vanaf toen
carnaval in kon worden gevierd. In vergelijking met vroeger is iedereen,
ongeacht geloof & kerkelijke achtergrond welkom op carnaval. In carnavalstijd
is Kloosterburen Kronkeldörp.
Tegenwoordig is carnaval samengesteld uit de volgende avonden:
De carnavals optocht is eigenlijk het belangrijkste. Zo'n 30 wagens, groepen en einzelgängers trekken Kleine Huisje, Molenrij en Kloosterburen om voor nog geen anderhalf uur aan de 7500 mensen te laten zien wat zij gemaakt hebben. Er zijn ongeveer 10 grote wagens die worden gemaakt door verschillende wijken. In het diepste geheim zijn zei in boerenschuren en loodsen bezig een mooie wagen te maken. De wijken zijn als volgt verdeeld
Iedere wijk mag geld ophalen in hun wijk om de wagen te bouwen. Je mag niet buiten je wijk collecteren. De groepen en einzelgangers mogen niet collecteren, zij moeten alles zelf betalen. Bijvoorbeeld: Iemand die in wijk Molenrij woont, is niet verplicht ook mee te bouwen aan wijk Molenrij, hij mag best ergens anders meehelpen.
Het bouwen van een wagen gaat als volgt. Eerst wordt er op een vergadering bepaald wat het onderwerp gaat worden. Daarna wordt dit onderwerp verwerkt tot een bouwtekening. Dan wordt er eerst een stalen frame in elkaar gelast. Omdat frame komt kippengaas, en dat wordt weer beplakt met kranten of de zogenoemde "gele krantjes". De boel laten drogen, verf erop en klaar is Kees.
Zo'n twee weken voor de optocht wordt de wagen gekeurd op veiligheid. Is hij niet te lang, te hoog, steekt er niets uit en meer van dergelijke controles. Op de dag van de optocht wordt de wagen naar de startplaats achter bij de dijk gereden. Daar wordt hij nogmaals gekeurd voor de optocht door een jury. De jury gaat langs het parcours staan, onopvallend en kijkt hoe de presentatie is. Na afloop is de prijsuitreiking in het Kronkelhoes.